Uw winkelmandje:0artikels
Mario Meeuwssen is de buschauffeur bij Lotto Belisol. Het is zijn zevende Tour. Hoe ziet een dag eruit voor hem? En hoe ziet zo'n bus eruit? Mario Meeuwssen: "Als ik opsta ga ik eerst en vooral de bus controleren: onder andere het water- en oliepeil en de riemen. Alles eens checken dus. Dan laat ik de bus vijf minuten draaien. Na het ontbijt maak ik de recovery-drankjes voor de renners voor na de rit en haal ik bij de keukenploeg het eten op dat de renners meteen na de wedstrijd op de bus opeten. Twee uur voor de koers vertrekken we zodat we een uur op voorhand aan de startplaats zijn. Als de renners vertrokken zijn, ruim ik de bus wat op. Dan gaat het richting finish waar ik hen opwacht. Ondertussen volg ik de koers op televisie, normaal is dat de VRT. Als de sportdirecteurs vragen wat er in de uitzending is gezegd, kunnen we hen dat vertellen." "Tegen dat de renners op de bus komen na de rit, staan het eten en de drankjes klaar. En is alles in gereedheid gebracht om ze een douche te laten nemen. Dan gaat het richting het volgende hotel en wordt gezorgd dat de bus weer pico bello in orde is voor de volgende dag. Een goed gevulde dag van zeven uur 's ochtends tot acht à negen uur 's avonds." "Naast de zitplaatsen voor de renners is er een keuken in de bus met daarin onder andere een koffiezet en een microgolfoven, om na de wedstrijd bijvoorbeeld wat rijst op te warmen. Er is een massagebank, twee douches en een toilet. Achteraan is er nog een relaxruimte die meestal gebruikt wordt door Jurgen Van den Broeck." Na de etappe rijdt niet elke renner met de bus mee naar het hotel. Mario Meeuwssen: "Minimum de eerste vier renners die aankomen gaan met wagens naar het hotel zodat die dan onmiddellijk gemasseerd kunnen worden. De anderen, meestal diegenen die niet graag meerijden in de auto of liever relaxed liggen in de bus, kunnen het dan wat rustiger aan doen en rijden met mij mee naar het hotel." |